“De hele week keek ik er al naar uit. Was het maar weer weekend. Niet naar school, maar lekker naar de Bevers! Een week een opkomst gemist, was een week niet geleefd. De hoogtepunten waren de jaarlijkse kampen. Gezamenlijk beleefden we de mooiste avonturen. Mijn tijd bij de Bevers zou ik voor geen goud willen missen. Vooral die ene keer toen we ..”
De geschiedenis van De Bevers in een boek
Met deze woorden begint het boek ‘Eens een Bever, altijd een Bever. De geschiedenis van een 75-jarige watergroep’ (2009). Oud-Bevers Marijn Molema, Jeroen Oostinga en Rogier Falkena legden het complete verhaal van De Bevers vast. Niet de spannende en smeuïge verhalen maar de ontwikkeling van de groep in de afgelopen 75 jaar. Het boek is een aanrader om te lezen.
Al meer dan 90 jaar…
De Bevers van nu maken nog steeds wekelijks nieuwe verhalen die een boek zouden kunnen vullen. De spanning, activiteit en gezelligheid die samen beleefd worden, zijn een rode draad door de geschiedenis van de Bevers met grote ouderbetrokkenheid en een pure clubverslaving als gevolg.
De wortels van de Bevers 1911-1934
Rond 1911 werd het eerste comité der Nederlandse Padvinders Organisatie in Groningen opgericht. In 1912 werd door Van Oven de eerste watertroep opgericht. Dit werd ook wel Troep III genoemd en droeg de naam Medusa. De leden werden geacht oranje dassen te dragen.
In 1934 zien ‘De Bevers’ het levenslicht
In de periode rond de Eerste Wereldoorlog werd Medusa een landgroep. In 1934 hebben de heren Posthumus, Bos en Hammingh zich hard gemaakt om een watergroep af te splitsen van de Medusagroep. Op zondagochtend 25 november 1934 hadden de Bevers hun allereerste opkomst.
Erfenis van de Medusagroep
De Bevers voeren in de eerste jaren in de sloep Medusa en kwamen samen in de Prinsenhof. De Bevers erfden ook allerlei padvinderstradities waardoor de afstand tussen de Bevers en landgroepen niet heel groot werd. Zo ging de hele groep jaarlijks mee op het Noordelijk Pinksterkamp (NPK) en kregen ze net als de landgroepen een eigen groepsyell en een eigen groepsblad dat ze ‘Waterklanken’ noemden.
De Bevers in de oorlogsjaren
In het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog konden de Bevers hun zeil- en roeioefeningen op het Paterswoldsemeer rustig voortzetten. Ze waren onder de Duitse bezetting beperkt in hun doen en laten maar maakten nog steeds veel plezier tijdens de wekelijkse opkomsten. Later in de oorlogsjaren moest het lokaal in de Prinsenhof en ook dat aan de Noorderbinnensingel 11 worden ontruimd. Ook werd de padvinderij aangemoedigd om zich aan te sluiten bij de Nationale Jeugdstorm (NJS), de jeugdorganisatie van de NSB. De Bevers hebben nooit overwogen om zich aan te sluiten bij de NJS. Vanaf 30 maart 1941 zijn er geen opkomsten meer gehouden, zijn de sloepen ingevorderd en is de bankrekening van het Lichtschip geplunderd. Van drie Bevers weten we dat ze hun verzet tegen het heersende Duitse regime met de dood hebben moeten bekopen.
De wederopbouw en oudercontributie
Het is onvoorstelbaar hoe snel de Bevers na de oorlog weer op poten werden gezet. Twaalf dagen na de bevrijding van de stad Groningen werd de Bevergroep op 27 april 1945 officieel heropgericht. Zonder boten, kampeermateriaal en geld moest er snel wat gebeuren. Naast de maandelijkse ledencontributie werd een jaarlijkse oudercontributie ingesteld. Deze werd gebruikt voor materiele investeringen voor de lange termijn zoals boten, tuigage en kampeermateriaal.
De Bevers slaan hun vleugels uit
Vanaf de vijftiger jaren zette een cultuurverandering bij de Bevers in. In de jaren die volgden werd de groep vrijer en losser. De zeeverkenners verhuisden naar Lettelbert terwijl de welpen aan de Violenstraat in de stad bleven. In de jaren ’90 kwam de groep pas weer bij elkaar in Lettelbert. Veel leiders en bestuurders hebben de groep in de tussenliggende jaren door dik en dun bijgestaan.
Een zwervend bestaan
De Bevers moesten rond 1961 hun huurlokalen bij de oude openluchtschool verlaten. Ze trokken van noodlokaal naar noodlokaal en hadden alleen tijdelijke ligplaatsen aan het Paterswoldsemeer. In 1964 werd besloten om tot de grote verhuizing over te gaan. Hun oog was gevallen op een oude boerderij aan het Lettelberterdiep: de troepboerderij ‘Beverhoeve’ aan de Hoofdweg 190 in Lettelbert.
Vlam in de pan
Helaas vatte In oktober 1978 het rieten dak van de Beverhoeve vlam en waren de Bevers weer dakloos. Op het Beverveld werd een noodlokaal gebouwd dat ongeveer vier jaar in gebruik is geweest. In 1984 opende de Bevers samen met het dorp een splinternieuw gebouw. Het voorste gedeelte werd het dorpshuis en het achterste deel werd het nieuwe clubhuis. In 1995 is dit gebouw verder uitgebreid en betrokken de Bevers in het najaar hun nieuwe Beverhoeve. In 2025 zijn de Bevers verhuisd naar het Info-gebouw dat in 2006 met subsidies voltooid werd. Er liggen plannen om dit gebouw in eigendom te verwerven en uit te gaan bouwen.
De vloot
Na de verhuizing naar Lettelbert begon de groep weer beter draaien. De leiding wilde de botenvloot aanpassen. De oude sloep Mowgli was verrot en wilden ze vervangen door een lelievlet. Daarnaast was er behoefte aan een motorboot om de Beverboten te kunnen sleten naar andere locaties. Met de komst van de opduwer ms. Zulthe (1967), de lelievlet Zephyros (1969) en de lelievlet Euros (1972) werd een nieuwe basis gelegd voor de zeeverkennerstroep.
Jongens en meisjes bij de Bevers
In 1982 wilde de welpen gemengd gaan draaien en in 1984 volgde de zeeverkenners. Het viel niet mee om meisjes bij de groep te werven en ze hielden het ook niet lang vol. Pas nadat de welpen gemengd gingen draaien als Esta’s werd het voor meisjes steeds leuker. In 1993 had de troep niet alleen zeeverkensters maar ook de eerste stuurvrouw. In 2002 zijn de Esta’s Dolfijnen geworden die zich meer met het waterwerk gingen bezighouden. Tegenwoordig zijn de Bevers een vrolijke gemengde groep.
Wordt vervolgd…
Nu zijn we in het heden beland. Na ruim 90 jaar Beverhistorie zien we dat de oudste watergroep uit Groningen nog steeds bloeit en groeit. De Bevers houden hun ogen op de toekomst gericht, want daar staat nog veel te gebeuren.
Zoals we in het begin al schreven maken de Bevers van nu nog steeds wekelijks nieuwe verhalen die een boek zouden kunnen vullen. De spanning, activiteit en gezelligheid die samen beleefd worden, zijn een rode draad door de geschiedenis van de Bevers met grote ouderbetrokkenheid en een pure clubverslaving als gevolg.
